
Praktische uitleg voor een open watergang én levende oevers
Een dichtgegroeide of vervuilde sloot voert water minder goed aan en af. Bij zware regen kan daardoor wateroverlast ontstaan. Een volledig kale sloot is ook niet goed: water- en oeverplanten bieden voedsel en beschutting aan vissen, kikkers, libellen en andere dieren.
Daarom houden we het midden vrij en laten we langs beide oevers een smalle plantenstrook staan. Zo combineren we goede doorstroming met ruimte voor de natuur.
Openingsfoto: Peter Hoogmoed / Unsplash.
Voor alle sloten op het complex rekenen we voor de duidelijkheid met een breedte van 3,50 meter. Het gaat om jaarlijks schonen, niet om baggeren.
Begroeiing langs de oever
Open water in het midden
Begroeiing langs de oever
Kort gezegd: laat de randen leven en houd het midden open.
STAP 1
Haal eerst alles weg wat niet in de sloot thuishoort:
Knip ook beplanting terug die ver over het water hangt. Houd de slootkant bereikbaar voor onderhoud. Leg verwijderd materiaal zo neer dat het niet terug in het water kan waaien of spoelen.
STAP 2
Laat langs beide oevers ongeveer 35 centimeter planten staan. Verwijder de begroeiing die verder het water in groeit, zodat over de hele lengte een open middenstrook van ongeveer 2,80 meter ontstaat.
Een gemarkeerde harksteel of meetstok van 35 centimeter maakt controleren eenvoudig. Maaien alleen is niet genoeg: haal los plantenmateriaal echt uit het water en van de oever.
Het midden is dichtgegroeid, afval of los maaisel blijft liggen, of de sloot wordt volledig kaal gemaakt.
Het middendeel is open, aan beide kanten blijft 35 centimeter begroeiing staan en al het losse materiaal is afgevoerd.
STAP 3
Riet, lisdodde, waterlelies, gele plomp en andere gewone waterplanten mogen binnen de stroken van 35 centimeter blijven staan. Groeien ze in het vrije middendeel, dun ze daar dan uit. Trek de planten die blijven staan niet met wortel en al uit de bodem.
Zie je krabbenscheer of een snel woekerende waterplant? Stop even, maak een foto en volg de aanwijzingen hieronder.

Drijvende rozetten van stevige, zwaardvormige bladeren met kleine stekels. De beschermde groene glazenmaker gebruikt deze plant.
Stop op die plek, maak een foto en meld de vondst bij het bestuur of Natuurlijk Tuinieren. Verwijder de plant niet zelf.

Ronde tot niervormige bladeren met een insnijding. De plant kan snel dikke, drijvende dekens vormen.
Maak een foto en meld de vondst. Verwijder zorgvuldig met een hark en verzamel ieder los stukje.

Jonge bladeren liggen plat op het water. Later verschijnen langwerpige bladeren en opvallende gele bloemen.
Maak een foto en meld de vondst. Verzamel alle resten en leg ze droog, minstens één meter van het water.
Foto’s: krabbenscheer — Meneerke bloem / Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0); grote waternavel — Velela / Wikimedia Commons (publiek domein); waterteunisbloem — Gspeed0689 / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0).
STAP 4
Zie je een nest, jonge dieren of een onbekende bijzondere soort? Stop dan op die plek en meld het bij het bestuur.
STAP 5
De sloot is klaar wanneer:
Deze praktische uitleg gebruikt voor alle sloten op het complex dezelfde rekenbreedte van 3,50 meter. Bij twijfel of een bijzondere situatie: neem contact op met het bestuur.