In de herfst produceren onze tuinen ineens enorme hoeveelheden materiaal. Bladeren, uitgebloeide planten, snoeihout en oude stengels verdwijnen nog vaak in zakken of containers. Zonde, want juist dit materiaal kan volgend jaar weer van grote waarde zijn.
Het bekendste voorbeeld is compost. Door verschillende soorten groen materiaal te combineren en voldoende lucht en vocht toe te laten, ontstaat uiteindelijk een donkere, kruimelige bodemverbeteraar. Maar niet alles hoeft eerst door de composthoop.

Herfstblad kan bijvoorbeeld direct tussen struiken en vaste planten worden gelegd. Een andere mogelijkheid is bladcompost maken. Stop vochtige bladeren losjes in een compostkorf of geperforeerde zak en laat schimmels het werk doen. Het proces gaat langzaam, maar levert uiteindelijk prachtig materiaal op voor de bodem.
Ook takken hoeven niet meteen weg. Dikkere stukken kunnen worden gebruikt als rand voor een composthoop of verwerkt worden in een takkenril. Zo’n stapel of gevlochten wand van snoeihout biedt schuilplaatsen aan insecten, spinnen en andere kleine dieren en verteert ondertussen langzaam.
Holle en stevige plantenstengels kunnen eveneens blijven staan. Ze geven structuur aan de wintertuin en sommige insecten gebruiken ze als overwinteringsplek. Knip ze eventueel pas in het voorjaar terug.
Zelfs oude potten, houten plankjes en stenen kunnen vaak opnieuw worden ingezet: als plantenlabel, stapsteen, rand langs een bed of materiaal voor een klein insectenhoekje.
Een eenvoudige vraag helpt bij het opruimen van de herfsttuin:
Moet dit werkelijk weg, of kan het ergens in de tuin nog een tweede leven krijgen?
Wie materialen binnen de tuin houdt, hoeft uiteindelijk minder af te voeren én minder nieuwe compost, meststoffen en materialen aan te voeren. De goedkoopste grondstof ligt soms gewoon onder de appelboom.