Na de laatste oogst is de verleiding groot om de moestuin netjes leeg te maken: planten eruit, onkruid weg en de grond mooi zwart achterlaten. Maar voor de bodem is zo’n kale winter helemaal niet ideaal.
In de natuur zie je vrijwel nergens langdurig onbedekte grond. Een laag plantenresten, bladeren of levende begroeiing beschermt de bodem tegen regen, wind en temperatuurschommelingen. Ook op de volkstuin kunnen we daarvan gebruikmaken.

Een eenvoudige methode is mulchen. Leg bijvoorbeeld een dunne laag herfstblad, fijngemaakt plantenmateriaal of rijpe compost op de lege bedden. Dat remt de groei van onkruid, beschermt het bodemoppervlak tegen dichtslaan door regen en vormt langzaam voedsel voor het bodemleven.
Ook groenbemesters kunnen een goede winterbedekking zijn. Soorten die geschikt zijn voor het seizoen houden met hun wortels de bodemstructuur intact en nemen voedingsstoffen op die anders tijdens natte wintermaanden kunnen uitspoelen. In het voorjaar kunnen ze worden afgeknipt of verwerkt.
Maar ook hier geldt: meer is niet altijd beter. Een dikke, natte laag materiaal kan slakken aantrekken of slecht verteren. Gebruik liever luchtig materiaal en laat geen zieke plantenresten liggen wanneer je vermoedt dat ziekteverwekkers daarin kunnen overwinteren.
De bodem hoeft in oktober dus niet netjes te worden opgeruimd. Je kunt hem beter goed instoppen.