Cronesteyn menu

DeNieuweCroniek

WETENSCHAP IN BEELD

foto: costerustuin.nl

Door: Joey Zuijdervelt

 

Wanneer mensen aan orchideeën denken, zien ze vaak exotische kamerplanten voor zich. Toch groeien er ook in Nederland wilde orchideeën. Misschien heb je ze zelf wel eens gezien langs een slootkant of in een bloemrijk grasland, zoals de orchis op de foto.

Orchideeën behoren tot de grootste plantenfamilie ter wereld. Met meer dan 25.000 soorten zijn ze vrijwel overal op aarde te vinden.  

Een belangrijke reden voor die enorme diversiteit is hun bijzondere relatie met bestuivers. Veel soorten hebben zich gespecialiseerd op een beperkt aantal insecten, waardoor in de loop van miljoenen jaren een indrukwekkende variatie aan bloemvormen, kleuren en geuren is ontstaan. Biologen noemen dit proces co-evolutie: twee soorten oefenen gedurende lange tijd invloed uit op elkaars evolutie. Een verandering bij de ene soort leidt tot een verandering bij de andere, waarna het proces zich blijft herhalen.

Een beroemd voorbeeld komt uit Madagascar. Daar ontdekte Charles Darwin een orchidee met een bijzonder lange bloembuis, meer dan 25 centimeter diep. Onderaan die buis bevindt zich een druppeltje nectar. Darwin voorspelde dat er ergens op het eiland een nachtvlinder moest leven met een even lange roltong, anders zou geen enkel dier de nectar kunnen bereiken en zou de orchidee zich niet kunnen voortplanten.

Veel van zijn tijdgenoten vonden dat idee absurd. Pas tientallen jaren later werd inderdaad een nachtvlinder ontdekt met precies zo’n lange tong. Wanneer de vlinder diep in de bloem reikt om de nectar te bereiken, komt zijn kop precies langs de stuifmeelpakketjes van de orchidee. Zo zijn plant en insect afhankelijk van elkaar geworden voor hun voortbestaan! 

Die specialisatie heeft ook een nadeel. Wanneer een orchidee afhankelijk wordt van slechts enkele bestuivers, kan het verdwijnen van die insecten grote gevolgen hebben. Voor veel orchideeën geldt dat niet alleen de plant zelf beschermd moet worden, maar ook de bestuivers waar zij van afhankelijk zijn. Geen wonder dat vrijwel alle inheemse orchideeën bedreigd worden en op de Rode Lijst staan.

 

Deze prachtige Hollandse orchidee (misschien een Rietorchis?) is op de foto gezet door Carla Gies en groeit gewoon aan de slootkant in haar tuin!

David Attenborough heeft een aantal prachtige beelden van gemaakt in verschillende natuurdocumentaires. Hier een fragment over de ‘Darwin mot’.

 

Tip: als je de video afspeelt, verschijnt de optie om ondertiteling (CC) aan te zetten. Bij Instellingen (het tandwieltje) kun je de ondertiteling ook naar Nederlands veranderen door te klikken op: Ondertiteling > Automatisch vertalen > Nederlands

 

Spiegelorchissen (Ophrys) tillen dit spel naar een heel ander niveau. Deze bloemen doen hun uiterste best om eruit te zien als een aantrekkelijke partner voor hun bestuivers. Er zijn soorten die zich voordoen als vrouwelijke bijen en wespen, en de bloem heeft dan niet alleen ongeveer dezelfde vorm en kleur als het vrouwtje, maar soms zelfs een vergelijkbare beharing.

Nog veel bijzonderder is wat je niet kunt zien: de geur. Spiegelorchissen produceren precies dezelfde geurstoffen als een vrouwtje dat klaar is om te paren. Ook insectenmannetjes denken soms vooral met hun neus, en die trappen daar maar al te graag in.

Het mannetje landt op de bloem en probeert ermee te paren. Tijdens deze vruchteloze liefdesdaad zet de orchidee slim een pakketje stuifmeel af op zijn kop of lichaam. Zodra het insect zijn vergissing ontdekt, vliegt hij teleurgesteld verder naar het volgende “vrouwtje”. Daar herhaalt het tafereel zich, waarbij het stuifmeel keurig wordt afgeleverd.

De orchidee hoeft geen nectar als beloning uit te delen en heeft toch haar eigen persoonlijke stuifmeelkoeriers in dienst. Hierboven weer een prachtig fragment van David Attenborough over dit opmerkelijke dienstverband.

Wist je dat… vanille een orchidee is?

De zwarte spikkeltjes in echte vanillevla zijn de zaadjes van een orchidee. Vanille wordt namelijk gewonnen uit de peulen van een tropische orchidee (Vanilla planifolia). Wat wij kennen als een geurige smaakmaker in ijs, vla en gebak is dus familie van de wilde orchissen die hier langs onze sloten groeien.
Orchideeën produceren enorme aantallen piepkleine zaden. Een enkele zaaddoos kan er tienduizenden tot zelfs honderdduizenden bevatten. Die zaden zijn zo klein dat ze bijna op stof lijken. Daar zit echter een nadeel aan: ze bevatten vrijwel geen voedselvoorraad.
De meeste planten geven hun zaad een lunchpakketje mee in de vorm van zetmeel, vetten en eiwitten. Een jonge orchidee moet het zonder die reserves stellen. Om toch te kunnen ontkiemen sluit het zaad een samenwerking met een bodemschimmel. Die schimmel levert water, mineralen en voedingsstoffen aan de jonge plant totdat deze zelf voldoende bladeren en wortels heeft ontwikkeld.
Zonder de juiste schimmel geen orchidee.


Ook de Nederlandse soorten werken vaak samen met specifieke insecten, maar minder ze gebruiken niet zulke ingewikkelde trucs als de soorten hierboven. De rietorchis op de foto van Carla bijvoorbeeld, heeft een wat directere aanpak. De bloem biedt bestuivers die worden gelokt een landingsplaats en dwingt ze langs precies de juiste onderdelen van de bloem te kruipen. Daarbij blijven de stuifmeelpakketjes aan het insect hangen en worden ze meegenomen naar de volgende plant.